<> <> <> <
Vind u deze website:
>
<> <> <> <> <

>
A A A

Mijn Verhaal

Ga direct naar:

  Woensdag, 13 november 2002
  Donderdag, 14 november 2002
  Vrijdag, 15 november 2002
  Maandag, 25 november 2002
  Februari 2004
  November 2005
  Dankwoord

 


Woensdag, 13 november 2002

(terug)

Om 7 uur wordt de geboorte, door middel van pillen, ingeleid. Rond 9 uur lig ik in de arbeidskamer waar mijn hartslag en de weeën met een monitor in de gaten worden gehouden.

 

Donderdag, 14 november 2002

(terug)

De weeën volgen elkaar op en na een epidurale verdoving voel ik me redelijk goed. De vliezen worden gebroken door de assistente (wat overigens niet goed lukte) en er wordt een sonde gestoken. Om 14u30 is er volledige ontsluiting en wordt ik naar de verloskamer gebracht. Ondertussen is de monitor afgekoppeld en is er geen controle meer over mijn dochtertje.
Na twee weeën valt alles stil. De assistente van de gynaecoloog maakt een knipbeweging en ondertussen heb ik heel veel pijn, vooral ter hoogte van de sleutelbeenderen. Volgens de gynaecoloog moet ik me geen zorgen maken en is het enkel spierpijn wat ik voel!
Het bleek echter geen gewone spierpijn te zijn maar een inwendige bloeding ten gevolge van de ruptuur. Omdat het stil bleef besloten ze de monitor te halen en vanaf dan ging het heel snel. Andere kleren aan, naar het operatiekwartier, medicijnen, ... het zou een sectio worden.
Op het operatiekwartier heeft haast niemand ook maar een woord tegen me gezegd, het was er een drukte van jewelste en overal liepen dokters binnen en buiten. Ik heb alles heel bewust meegemaakt en toen Devon* geboren was hoorde ik niks en dacht ik onmiddellijk "dit is niet goed." Ze werd gereanimeerd en geïnturbeerd en ondertussen had er nog steeds niemand iets tegen mij gezegd; ze waren met haar en met mij heel druk bezig.
Mijn bloeddruk zakte toen zorgwekkend naar 5 en ik kon niet meer stil liggen van de rillingen. Later ben ik naar de recoveryroom gebracht, kreeg ik een transfusie en werd ik elektronisch opgewarmd. De pijn rondom de sleutelbeenderen had ik nog steeds en toen er uiteindelijk een foto werd gemaakt zagen ze inderdaad veel bloed. Dat ze dat nu pas wisten! Later kwam uit het UZ Gent het babymugteam aan en hebben ze even met de couveuse naast mijn bed gereden, maar die was zo hoog dat ik mijn dochtertje amper kon zien. Ze zijn er toen met spoed vertrokken, mijn meisje was pas op de grote wereld.
Toen Devon* met het medisch urgentieteam vertrokken was, bleef ik verweesd achter. Ik snapte totaal niet hoe iemand zijn leven in zo een korte tijd kan veranderen. Na de recoveryroom ben ik naar INZO gebracht waar ik redelijk goed verzorgd werd maar waar niemand ook maar even moeite deed om tegen me te praten.
Later zijn mijn mama en mijn andere dochter bij me gekomen. Ze wisten ook niet echt wat te vertellen maar ze waren er en dat deed heel erg goed. Een deel van de familie is Devon* achterna gereden naar het UZ Gent om haar toestand te bekijken. Ze vertelden me diezelfde avond dat het niet goed ging. Ze lag aan de beademing, hield vocht vast en had een maagsonde.
Ik hoopte toen echt nog dat het in orde ging komen en zei: "Heer als je bestaat, laat mijn kindje dan bij me blijven".

 

Vrijdag, 15 november 2002

(terug)

Devon* in het UZ Gent

Ik mocht van INZO af en ging naar de afdeling materniteit. Het klinkt misschien raar maar ik voelde me er rustig, de verzorging was er stukken beter.
Er was natuurlijk overal gelach en er werden champagneflessen ontkurkt op de andere kamers, maar ik voelde me op dat moment in mijn kamer het beste. In mijn kamer geen beschuit met muisjes maar enkel een foto die het personeel van het UZ Gent gemaakt had met een kaarsje erbij. Ik had heel veel pijn maar de verpleging stond altijd voor me klaar.
Die dag moest ik afscheid gaan nemen van Devon*, de moeilijkste taak in mijn leven. Het ging niet goed met haar en ik moest er per ambulance zo snel mogelijk heen. Ik kreeg voldoende medicatie voor de rit, maar toch bleef ik de pijn voelen.
De mensen van de ambulancedienst hebben grote fouten gemaakt. Ze hielden absoluut geen rekening met mijn operatie van de vorige dag, zijn in Gent verloren gereden (op weg naar de grootste kliniek nog wel!) en bleven ondertussen maar kwetteren tegen elkaar. Later hebben we daartegen een klacht ingediend met positief gevolg. Ik heb vernomen dat ze het personeel nu een opleiding geven over hoe ze in zulke situaties moeten omgaan met patiënten.
Toen ik in het UZ Gent aankwam heeft de dokter ons even apart genomen. De schade die Devon* tijdens de geboorte had opgelopen was heel groot. Door het zuurstofgebrek had ze bijna geen hersenactiviteit meer.
Ik had twee keuzes: ofwel de machines ontkoppelen zodat ze bij me kon inslapen, ofwel wachten tot de natuur het tijd vond om haar te laten gaan. Ik koos voor het tweede, want zelf de beslissing nemen zou me het gevoel geven dat ik haar het leven ontnam en dat kon ik niet. Ze hebben me toen met mijn bed naast de couveuse gereden en eindelijk kon ik mijn dochtertje eens goed bewonderen. Ik heb haar gestreeld en gezegd hoeveel ik van haar hou, ik vertelde dat ze altijd mijn dochtertje zal blijven waar ik dan ook ben; dat ze altijd bij mijn gezin zal horen en dat ik ze nooit zal vergeten.
Tijdens dit intieme moment kwam het personeel van de ambulance vragen "of het nog lang ging duren, want ze hadden nog ander werk te doen". Stel je dat eens voor, een echte schande! De professor van neonatologie heeft hun toen de deur gewezen en me alle tijd gegeven die ik nodig had.
Aangezien de naaste familieleden toch aanwezig waren vond ik het fijn haar ook te laten dopen, wat dan ook direct gebeurd is. Ik heb iedereen, een voor een, voor haar bedje laten staan en de kans gegeven om afscheid te nemen en haar te bewonderen. Ikzelf kon ze enkel liggend zien omdat ik veel te zwak was. Ik heb ik daar nog steeds spijt van. Ik heb ze enkel van een afstand kunnen strelen en bewonderen terwijl ik haar zo graag even tegen me aangehouden had en haar had toegefluisterd "tot ziens mijn engeltje, mama houdt van jou met hart en ziel". Ik kan me vandaag nog bijna alle details herinneren, en ik weet dat mijn afscheid onvoldoende was. Daarom heb ik het ook heel erg moeilijk met het verwerkingsproces.
Na het afscheid zijn we terug gereden naar de stadskliniek van Lokeren. Onnodig te zeggen dat ik veel pijn en verdriet had. Diezelfde avond werd ik ziek en 's nachts werd ik terug opgenomen op INZO met een longembolie. Ik kreeg opnieuw een bloedtransfusie waar ik hoge koorts van kreeg. Er werden hopen foto's genomen en de dokter vertelde me voor de tweede keer dat ik een engeltje op mijn schouder heb zitten. Later heb ik toch stil gestaan bij het feit dat het leven zo snel over kan zijn. Toen Devon* naar de wolkjes ging dacht ik bij mezelf "Heer je bent me vergeten, ik kan zo een verdriet echt niet aan".
Later besefte ik dat er mensen zijn die me hier ook nodig hebben, dat ik er moet zijn voor mijn ander dochtertje. De verzorging op INZO liet echt te wensen over, je hebt namelijk ook zorgen nodig die ze enkel kennen op materniteit. In die dagen op INZO heb ik ook Devon* haar begrafenis geregeld. Dagelijks liep de begrafenisondernemer binnen en buiten, en hoewel ik heel ziek was moest alles perfect geregeld zijn.
Ik heb gevonden wat ik zocht en ik heb gezegd wat ik wou zeggen en het was goed zo Als dit alles was wat ik nog kon doen dan moest het ook goed gedaan zijn. De mensen van de uitvaart zijn haar toen gaan afhalen in het UZ te Gent.
Ze hebben Devon* opgebaard en de naaste familieleden konden haar dagelijks bezoeken. Ik had gevraagd haar kleertjes aan te doen die ik had gekocht voor haar doopsel. Ze lag met haar witte kleertjes in een wit kistje met daarop een eendagsbloem; een bloem die één dag groeit en dan het mooiste van zichzelf toont net zoals Devon* dat heeft gedaan.
Ik kan er niet heen, mijn toestand laat dat niet toe. En zelfs al zou mijn toestand het wél toelaten, dan nog weet ik nog niet of ik het kan opbrengen om haar daar te zien liggen.
Nu weet ik het wel, ik zou van elke minuut van genieten dat ik nog bij haar kon zijn. Iedereen vertelde me hoe mooi ze is en hoe mooi haar donkere, zachte engelenhaar is. Een mooi gaaf kindje, klaar voor de wereld en nu slapend in een kistje. Tien dagen hebben ze Devon* laten bewonderen, net zolang tot ik sterk genoeg was om de begrafenis bij te wonen.
De ochtend dat ik het ziekenhuis verlaat voelt heel eng. Ik voelde me veilig in mijn kamertje. Ik wist niet hoe ik het zou redden buiten. Toen ik me al zittend probeerde op te frissen voor het vertrek, kwam de verpleegster bij me zitten. Ze hielp me en zei niet veel, ze huilde en ik huilde mee. Ze vertelde me dat "kamer zes altijd iets zal blijven hebben", en toen gaf ze me een knuffel en vertrok.
Toen ik afgehaald werd keek ik nog een keertje achter me. Ik vertrok van de plaats waar ik tien dagen daarvoor met plezier was aangekomen. Ik wou de verpleegster die zo goed voor me had gezorgd, nog even aankijken maar ze kon het niet. Ze ging door met wat ze anders deed en ik wist wat ze wou zeggen maar niet kon. De bloemen die kreeg liet ik achter, ik wou enkel naar huis met mijn foto van Devon*.

 

Maandag, 25 november 2002

(terug)

Eens thuisgekomen helpt mijn mama me klaarmaken voor het afscheid van Devon*. Het verdriet dat er toen was kan ik vandaag nog voelen. Toen zijn we met de familie naar het funerarium gereden.
De gang naar het kamertje waar haar kistje staat is eng. Ik vind het vreselijk, die aanblik van dat kistje en het verdiet van de mensen, de pastoor, mijn ander dochtertje, het ganse tafereel. Ik dacht: "Hoe kom ik hier doorheen?" Er bestaat geen boek voor, en je krijgt het ook niet mee in je rugzakje bij je geboorte, je moet het zelf uitzoeken.
De dienst is mooi en de muziek gepast; de teksten heb ik zelf geschreven en eentje daarvan heeft mijn ander dochtertje, Gwenn, voorgelezen. Ze stond heel dapper naast het kistje van haar zusje; ze deed het voor mama en ik was er trots op.
Na de dienst brachten ze haar kistje naar buiten in de armen van één persoon, een onbeschrijfelijk beeld. Toen ze haar in de wagen zetten, kon je het kistje haast niet zien staan. Zulke wagens zijn niet gebouwd voor kleine engeltjes en eigenlijk hoort dat ook niet zo te zijn.
De rit naar het kerkhof was lang en verdrietig. We reden vlak na de wagen aan en ik dacht: "Daar gaat mijn kindje, hoe kan dat nu toch, wanneer word ik nu eindelijk wakker? Of is het echt geen droom?" De pijn die ik voel kan ik niet beschrijven, dat kan ik niet op papier zetten.
Op het kerkhof zie ik van ver waar ze komt te liggen. Dat wist ik niet op voorhand, ik had het dan ook niet zelf kunnen uitkiezen. Ze hebben haar een plaats gegeven tussen de andere kindjes. Omdat ik toen nog in het ziekenhuis lag heeft de begrafenisondernemer zelf de plaats gekozen. Aangezien ik nog niet kan lopen rijden ze me in mijn rolstoel naar haar laatste rustplaats.
Er werd nog een gebed voorgelezen en toen ging ze voorgoed van me weg, mijn engeltje voorgoed uit mijn leven maar nooit uit mijn hart. Ik kon niet zien hoe de put werd dichtgemaakt, ik vertrok met lege handen en keek later van ver heel even om en zei in gedachten: "Ik vergeet je nooit".
De dagen en weken die daarop volgen breng ik door in bed. Ik ben heel zwak en zie nergens het nut van in. Uren, dagen, weken, maanden heb ik gezocht naar een "waarom", waarom hebben ze het niet sneller gezien? Een dokter is ook mens en dus kan die fouten maken, ik weet dat wel, maar als ze het vroeger hadden gezien lag ik nu niet in bed maar zat ik te zingen met Devon* dicht tegen me aan. En als dokter moet je alert zijn en niet afwachten maar op tijd ingrijpen. Ik zal het de gynaecoloog dan ook nooit vergeven.
Ondertussen is het nieuwjaar en ik kruip diep onder de dekens. Ik heb helemaal niets te vieren. Ik sta heel vijandig tegenover de wereld. Ik ben eerlijk maar altijd op mijn hoede en ik vertrouw de mensen niet blindelings meer. De dag dat Devon* naar de wolkjes ging werd ik een ander persoon en mijn echte vrienden die begrijpen dat heus wel.

 

Februari 2004

(terug)

Ik ga Devon* laten verplaatsen. Ik mag op haar eerste rustplaats geen zerkje plaatsen, enkel een rugsteen en daar voel ik me niet goed bij. Telkens als het regende denk ik: "Oh neen hè, haar kistje wordt nat, dat kan echt niet hoor".
Ik heb toen besloten haar verder in een kelder te laten rusten, heel goed beschermd tegen regen en andere invloeden. Ik sta erop er zelf bij te zijn. Nadat ze opgraven is bekijk ik het kistje en laat ik het afwassen. Het is nog bijna net zo mooi als in het begin.
Ze plaatsen haar kleine witte kistje in een zinken kist en legden haar daarna in haar rustplaats. Ik gaf haar nog een roosje mee. Ik vind deze plaats waardiger. Het idee dat ze zomaar in de grond zat, vond ik ondraaglijk.

 

November 2005

(terug)

Het is nu bijna drie jaar sinds ik mijn engeltje verloor en het is nog net als de dag van gisteren. Het verdriet is echt niet minder, het is zelf meer tot me doorgedrongen hoe oneerlijk het wel is.
Vele mensen praten niet eens meer over Devon* en dat doet heel veel pijn. Daarom praat ik er zelf bijna met niemand meer over, maar in mijn hart doet het heel veel pijn en dat zal altijd zo blijven. Jammer dat haast niemand dat begrijpt.
Devon* haar prille leven heeft echt wel zin gehad, ze heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Ze heeft getoond dat ze met haar korte bestaan mijn leven voor altijd heeft veranderd. Ze heeft me laten zien dat ik moet zorgen voor degenen die het waard zijn. Ze heeft me geleerd dat geld echt niet belangrijk is, dat carrière bijzaak is en ze heeft me bovendien laten zien dat liefde onbetaalbaar is.
Als je me kan horen, lieve engel, dan zeg ik: "Dank je wel dat ik je mama mag zijn".
Devon* zou nu drie jaar zijn, klaar voor de kleuterklas. Helaas blijft Devon* één dag voor altijd, een ééndagsbloem, één dag gebloeid en het mooiste van zichzelf gegeven. De mooiste bloemen bloeien ook het minst lang...
Eén dag bij ons, maar voor altijd in ons hart.

 

Dankwoord

(terug)

Ik heb deze website voor Devon* haar derde verjaardag laten maken door mijn broer. Samen hebben we er het mooiste van proberen maken. De teksten, gedichten en verhalen heb ik met al mijn liefde voor haar geschreven en ik heb er met hart en ziel aan gewerkt.
Ik denk nog steeds aan Devon* alsof het gisteren was. Ooit zal ik haar terugzien en toefluisteren: "Ik heb je zo gemist."
Ik wil mijn verhaal eindigen met een dankwoordje: Bedankt broer, voor de mooie foto's die je trok toen Devon* naar de wolkjes ging. Het is tot op de dag van vandaag mijn grootste troost. Bedankt voor het luisteren naar, en troosten van je zusje, voor de goede raad die ik van je kreeg en bedankt voor het maken van Devon* haar website. Liefs, je zusje.
Bedankt Gwenn, mijn dochter die me heeft geholpen en me in mijn waarde heeft gelaten in de moeilijkste tijden van mijn leven. Ik hou van je, je bent mijn kanjer. Liefs, mama.
Bedankt mama, dat je er altijd voor me bent, je bent onmisbaar in m'n leven, ik hou van je met hart en ziel. Liefs, je dochter.
Bedankt aan de mensen die me wilden steunen op de momenten dat ik ze het meeste nodig had.
Aan alle lieve mensen die Devon* haar website bekijken, doe het met respect.
Ik zal om Devon* blijven treuren tot de dag dat ik sterf. Ik draag deze website op aan mijn overleden engeltje.
Arianne, voor altijd trotse mama van Gwenn, kleine Devon* en Axelle.